

In ‘de Leeuwenkooi’ komen de voorzetsels aan bod: de leeuw zit in de kooi; het hok van de hond staat onder de tafel; de papegaai zit op cz’n stok enz.
Bij binnenkomst van de kinderen lopen alle dieren nog vrij rond, en zij gaan helpen bij het in de kooi, op de stok of onder de tafel zetten van alle dieren. Daartussendoor: leuke liedjes over vogel Kareltje, over het kleinste hondje van de wereld en over een pratende papegaai.